zondag 10 juli 2016

Hoor, Israël...

“Er trad een wetgeleerde naar voren om Jezus op de proef te stellen.

‘Rabbi,’ zei hij, ‘wat moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?’

Jezus zei tegen hem: ‘Wat staat er geschreven in de Tora? Wat leest u daar?’

Hij antwoordde: ‘U zult de Heer, uw God, liefhebben met uw hele hart, met uw hele ziel, met al uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.’

Jezus zei tegen hem: ‘Juist geantwoord! Doe dat en u zult leven.’

Maar hij wilde zich rechtvaardigen en vroeg daarom aan Jezus: ‘Ja maar, wie is mijn naaste?’

Jezus nam weer het woord en zei: ‘Op reis van Jeruzalem naar Jericho viel iemand in handen van rovers. Ze schudden hem uit, mishandelden hem en lieten hem halfdood achter. Toevallig kwam er een priester langs die weg; hij zag hem, maar liep in een boog om hem heen. Ook een leviet die voorbij kwam en hem zag, liep in een boog om hem heen. Maar een Samaritaan die op reis was, kwam bij hem, zag hem en kreeg medelijden. Hij ging naar hem toe, goot olie en wijn op zijn wonden en verbond ze. Toen zette hij hem op zijn eigen rijdier en bracht hem naar een herberg, waar hij hem verder verzorgde. De volgende ochtend haalde hij twee denariën tevoorschijn en gaf ze aan de waard. “Zorg voor hem,” zei hij, “en als u nog meer kosten moet maken, zal ik ze u op mijn terugreis vergoeden.” – Wie van die drie is naar uw mening de naaste geweest van de man die in handen van de rovers was gevallen?’

Hij zei: ‘Die hem barmhartigheid heeft bewezen.’

Jezus zei tegen hem: ‘Doe dan voortaan net als hij.’

(Lukas 10,25-37)

Net als vorige zondag, en goed passend bij de zomervakantie, voorziet de katholieke liturgie vandaag weer in een reisverhaal. De aanleiding ertoe is de vraag die een wantrouwige wetgeleerde tot Jezus richt: “Wat moet ik doen om voluit te kunnen leven?”

Jezus speelt de bal terug en laat hem zelf het antwoord formuleren op zijn eigen vraag. De geleerde doet dat door te reciteren uit het ‘Sjema Jisraël’, het voornaamste gebed van de joden, aangevuld met een citaat uit vers 18 van het boek Leviticus – samen de essentie van de joodse Tora. Jezus reageert instemmend.

Toch is de wetgeleerde niet blij met Jezus’ bijval. Hij had hem immers graag vast gezet met zijn vraag, en nu is het alsof Jezus hem vastzet. Om zijn gezicht te redden stelt hij daarom een nieuwe vraag: “Maar wie is dan die naaste, die mijn liefde verdient?” In zijn denkwereld zijn er duidelijke categorieën van mensen: er zijn de wetsgetrouwen en er zijn de sjacheraars en overspeligen. Er zijn de joden en er zijn de niet-joden, met wie je geen omgang hoort te hebben. Tot welke partij rekent Jezus zich?

Maar Jezus denkt out of the box en illustreert dat met het mooie verhaal van de goede Samaritaan die zich bekommert om de beroofde en halfdood geslagen reiziger langs de kant van de weg. Hij verzorgt het slachtoffer – waarschijnlijk een jood – als was het zijn eigen kind. Wat een contrast met de priester en de leviet die, om niet te zondigen tegen de reinheidswetten, zich ver houden van vieze wonden en bloed.

De Amerikaanse monnik Thomas Merton merkte bij dit verhaal op dat hij zichzelf, in tegenstelling tot de meeste lezers, niet spontaan identificeerde met de Samaritaan, maar wel met de hulpbehoevende man. En ik denk dat dit inderdaad de juiste manier is om deze parabel te lezen. Want de ‘naaste’ is hier net niet de arme sukkelaar, maar wel de reiziger die belangeloos hulp biedt en zijn paard, tijd en geld inzet voor de genezing van deze vreemde man die, vreemd als hij is, toch zijn broeder is in ‘God’, want hij is een mensenkind als hij.

Wie was mij in m’n eigen leven tot nu toe het naast? Zonder twijfel mijn oude moeder, die mij als klein kind heeft verschoond, gekleed en gevoed; die mij heeft leren spreken en zingen; die mij de beginselen van de liefde heeft geleerd in woord en daad.

“Zoals die goede Samaritaan heeft gedaan in mijn verhaal,” zo hoor ik Jezus zeggen, “en zoals je oude moeder voor je heeft gedaan, doe jij het ook zo. En dan zal je weten en proeven wat eeuwig leven is.”

Etienne Eertmans
10 juli 2016



Vincent van Gogh, de goede Samaritaan (1890)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten